Terug

Resultaten

WHISTLER-onderzoek

Het WHISTLER-onderzoek is inmiddels ook interna...

Resultaten samengevat

  • De longfunctiemeting kort na de geboorte (SOT) is geschikt om op grote schaal bij jonge kinderen in slaap de longfunctie te meten.
  • Meisjes hebben bij de geboorte een betere longfunctie dan jongens.
  • Kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap rookten, hebben kort na de geboorte een lagere longfunctie en een hogere bloeddruk.
  • Hoe lager de longfunctie van ouders is, hoe lager de longfunctie van hun kind kort na de geboorte.
  • Kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap een of meerdere luchtweginfecties doormaken hebben een lagere longfunctie kort na de geboorte.
  • Kinderen met een lagere longfunctie na de geboorte hebben meer klachten van piepen in de eerste 6 maanden na de geboorte.
  • Dikkere kinderen hebben een dikkere vaatwand van de halsslagader op 5 jarige leeftijd
  • De soort voeding die kinderen krijgen in het eerste levensjaar hangt samen met de dikte van de vaatwand op 5 jarige leeftijd.
  • Ouders gaan vaker met een zoon naar de huisarts dan met een dochter, onafhankelijk van de hoeveelheid luchtwegklachten. Ook krijgen jongens vaker medicatie voorgeschreven.
  • Kinderen dragen regelmatig een virus bij zich zonder daar klachten van te hebben.
  • Hoger gewicht van de moeder wordt ook in verband gebracht met een verhoogd risico op piepklachten in het eerste levensjaarvan het kind.
  • Op 5-jarige leeftijd zagen we dat kinderen van moeders met een hoger BMI vaker de huisarts bezochten voor piepklachten en vaker medicijnen voor deze klachten kregen voorgeschreven. Dit kon niet worden verklaard door een lagere longfunctie.
  • Kinderen van 8 jaar met een hoger leptine-gehalte hadden een lagere longfunctie.

Resultaten uitgebreid

Longfunctieonderzoek bij baby’s

Toen we in 2001 starten met het onderzoek was de longfunctiemeting (SOT) een relatief nieuwe meting en nog niet toegepast op grote schaal bij jonge kinderen. Uit het WHISTLER-onderzoek is gebleken dat het goed haalbaar en betrouwbaar is om bij jonge kinderen de longfunctie om deze manier te meten. Uit de resultaten van de longfunctiemetingen kwam naar voren dat jongens bij de geboorte een lagere longfunctie hebben dan meisjes. Ook kinderen die kleiner en lichter zijn bij de geboorte hebben een lagere longfunctie. Moeders die tijdens de zwangerschap één of meerdere luchtweginfecties doormaken, krijgen kinderen met een lagere longfunctie vlak na de geboorte. Daarnaast blijkt dat hoe lager de longfunctie van ouders is, hoe lager de longfunctie van hun kind. Bij een kleine groep kinderen is gekeken wat de longfunctiemeting kort na de geboorte zegt over de klachten in het eerste levensjaar: kinderen met een lagere longfunctie hebben meer last van piepen, vooral de eerste 6 maanden na de geboorte.

Redenen om naar de huisarts te gaan en medicatie te krijgen bij luchtwegklachten

Binnen WHISTLER hebben we ook gekeken naar huisartsbezoeken bij luchtwegklachten. De belangrijkste reden om naar de huisarts te gaan waren (de duur van) de klachten. Wat verder opviel was dat jongens vaker bij de huisarts komen met luchtwegklachten dan meisjes, ook al hebben ze vergelijkbare klachten. Ook kinderen die een crèche bezoeken komen vaker bij de huisarts vanwege luchtwegklachten dan kinderen die niet naar een crèche gaan. In totaal bezoekt driekwart van de kinderen in het WHISTLER-project in de eerste 4 levensjaren een keer de huisarts in verband met luchtwegklachten. Ruim de helft van alle kinderen gaat in die eerste 4 jaar twee keer naar de huisarts met luchtwegklachten. Ongeveer een kwart van de kinderen die de huisarts bezoekt wegens luchtwegklachten, krijgt van de huisarts medicatie zoals luchtwegverwijders of antibiotica voorgeschreven. Bij het eerste bezoek aan de huisarts vanwege luchtwegklachten krijgen jongens en kinderen met een werkende moeder vaker medicijnen voorgeschreven dan meisjes en kinderen waarvan de moeder niet werkt. Het is al bekend dat jongens vaker luchtwegklachten hebben dan meisjes. Het zou zo kunnen zijn dat huisartsen daarom vaker medicijnen voorschrijven aan jongens dan aan meisjes. Kinderen van werkende moeders zouden vaker medicijnen kunnen krijgen in de hoop dat ze sneller beter worden zodat de moeder minder werkverzuim heeft. Helaas weten we uit ander onderzoek dat bijvoorbeeld antibiotica de ziekteduur meestal niet verkorten, omdat het vooral virale luchtweginfecties zijn in de eerste levensjaren. Bij het tweede bezoek aan de huisarts hebben kinderen van een moeder die zelf astma heeft (gehad) een grotere kans om medicijnen voorgeschreven te krijgen. Kinderen van moeders die astma hebben (gehad) hebben in de eerste levensjaren meer luchtwegklachten. Dit kan een reden zijn voor het vaker voorschrijven van medicijnen.

De rol van virussen bij luchtwegklachten

In de winter van 2004 hebben we een groep ouders voor het eerst gevraagd virusmonsters (swabs) af te nemen bij hun kindje tijdens luchtwegklachten. In deze zogenaamde “Pilot”-studie ontdekten we dat ouders beter in staat waren een virusmonster af te nemen bij hun kind dan de onderzoekers. Om verder te kijken naar de rol van virussen tijdens luchtwegklachten hebben we toen een periode ouders gevraagd virusmonsters af te nemen tijdens klachten. Uit de resultaten is naar voren gekomen dat in 85% van de episodes van luchtwegklachten een virus werd gevonden. Het maakt niet zoveel uit voor de klachten welk type virus er werd gevonden. Het RS-virus wordt bijvoorbeeld in de media vaak beschreven als een ‘gevaarlijk’ virus, maar wij vonden het ook bij kinderen met hele milde klachten. Het meest voorkomende virus is het Rhinovirus. Ook bij dit virus konden de klachten erg verschillen: sommige kinderen hadden langdurig last van piepen, terwijl anderen alleen maar neusverkouden waren. Bij alle kinderen met het Rhinovirus werd gekeken naar de longfunctie die kort na de geboorte is gemeten. Het bleek dat kinderen met nauwere luchtwegen meer piepklachten kregen door het Rhinovirus, terwijl kinderen met wijdere luchtwegen mildere klachten hadden. De laatste winterperiode (2006-2007) hebben we ouders gevraagd elke maand standaard een monster af te nemen, onafhankelijk van klachten. In dit onderzoeksdeel wilden we kijken of kinderen ook virussen bij zich dragen zonder dat ze klachten hebben. De resultaten van dit onderzoeksdeel laten zien, dat bij ongeveer 40% van de kinderen zonder klachten een virus wordt gevonden. Jonge kinderen waarbij een virus werd gevonden hadden vaker klachten dan oudere kinderen. Ook kinderen waarbij meerdere virussen tegelijk gevonden werden, hadden vaker klachten. Uit het virusonderzoek binnen het WHISTLER-project komt naar voren dat virussen een belangrijke rol spelen tijdens luchtwegklachten. Het soort virus maakt niet zo veel uit.

In de winter van 2009/2010 hebben we opnieuw aan ouders gevraagd om een swab af te nemen bij hun kind, wanneer deze koorts en luchtwegklachten heeft, of wanneer andere gezinsleden deze klachten hebben. In de eerdere perioden van afnamen hebben we gevonden dat het influenza virus (‘echte griepvirus’) bij kinderen nauwelijks een veroorzaker was van luchtwegklachten. Uit de bepalingen van deze winter blijkt dat het H1N1 virus gelukkig niet heel vaak is voorgekomen.

Vroege factoren van hart- en vaatziekten

Binnen het WHISTLER-onderzoek zijn we daarnaast ook gestart met metingen van de bloeddruk en de vaten. Uit de eerste resultaten van deze metingen bleek dat kinderen van moeders die rookten tijdens de zwangerschap gemiddeld een hogere bloeddruk hebben dan kinderen van moeders die niet aan rook zijn blootgesteld in de zwangerschap. Dit geldt voornamelijk voor de bovendruk. Het is belangrijk om dit te gaan vervolgen om zo de consequenties voor de langere termijn te kunnen bestuderen. Op basis van de vervolgmetingen op 5 jarige leeftijd hebben de onderzoekers geconcludeerd dat kinderen met een grotere buikomvang, rekening houdend de met lengte van de kinderen, een dikkere vaatwand van de halsslagader hebben. Ook bleek op basis van deze metingen dat de dikte van de vaatwand samenhangt met de soort voeding die de kinderen als baby hebben gehad, wat mogelijk te maken kan hebben met het verschil in cholesterol tussen de soorten voedingen. Wat de consequentie hiervan precies is zal duidelijk moeten worden in vervolgonderzoek.

Publicaties

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2007

2006

2005

2004

Whistler in de media

Artikelen

De effecten van de kinderdagopvang op het voorkomen van acute gastroenteritis (buikgriep).

Interview

In gesprek met Marieke de Hoog n.a.v. de publicatie in Pediatrics over de effecten van kinderdagopvang op het voorkomen van acute gastroenteritis.